Betekenis HEEM

HEEM

 

Het woord(deel) heem is afkomstig van het Germaanse woord haima, dat Woning betekende.[1] ‘Heem’ is verwant aan het Engelse home en het Duitse Heim(at), maar is in die betekenis grotendeels verdrongen door het woord ‘thuis’. In het Nederlands vinden we het woord terug in ‘in-/uitheems’, ‘heimwee’, ‘heemkunde’, ‘ontheemd’, enzovoorts, alsook in de plaatsnaam Heemstede. In sommige Zuid-Limburgse dialecten komt het woord ‘heem’ wel nog voor in de betekenis van ‘thuis’.